Wat
is 5tvo
De kreet "5TVO" staat voor ‘vijf-toon-volgorde’. Het is één van de technieken om mobilofoonverkeer snel en efficient te kunnen laten plaatsvinden; speciaal wanneer meerdere stations gebruikmaken van dezelfde frequentie. Het gaat dan om radioverkeer wat gebruik maakt van conventionele (analoge) techniek.
2. De toepassingen van 5TVO:
Voertuigherkenning bij oproep
naar een meldkamer
In veel meldkamers staan de luidsprekers vaak ‘dicht’. Voornaamste
rede daarvan is dat men vaak frequenties moet delen met andere gebruikers.
Ook al zitten deze gebruikers vaak ‘op raster-afstand’, zo’n 60-80 km
verder weg, toch zijn ze te ontvangen als gevolg van de hoge
antenne-opstellingen.
Om toch bij de meldkamer binnen te komen, moet een voertuig eerst een
5-tooncode uitzenden.
Deze code heeft dan de volgende acties tot gevolg:
- op een monitor of display verschijnt het roepnummer van het roepende
voertuig in een wachtrij
- er klinkt een akoestisch signaal
- de luidspreker wordt geopend
De centralist kan nu niet alleen zien dat hij geroepen wordt, maar
ook door wie.
In deze systemen heeft ieder voertuig doorgaans zijn eigen verbale
roepnummer. Dit verbale nummer is dan ook in de betreffende 5-tooncode
opgenomen. De opbouw van een tooncode in dergelijke systemen is vaak als
volgt:
5-tooncode = [xxyyy]
Waarbij [xx] dan de zgn. ‘netherkenning’ is. Bij ontvangst van alle
codes beginnend met [xx] reageert het radiobediensysteem. De laatste drie
cijfers [yyy] vormen dan het roepnummer, wat in een display of PC-scherm
wordt weergegeven. Voorbeelden van diensten die deze werkwijze hanteren zijn
de brandweer, ambulancediensten en taxibedrijven.
3. De techniek achter 5TVO.
De techniek achter de 5-toon is eigenlijk vrij eenvoudig. Ieder cijfer heeft zijn eigen toontje volgens deze tabel:
|
Cijfer |
Frequentie |
|
1 |
1060 |
|
2 |
1160 |
|
3 |
1270 |
|
4 |
1400 |
|
5 |
1530 |
|
6 |
1670 |
|
7 |
1830 |
|
8 |
2000 |
|
9 |
2200 |
|
0 |
2400 |
|
H |
2600 |
Deze norm heet de ZVEI-norm. ZVEI zou staan voor Zentral Verein für Elektrotechnische Ingenieure, wat suggereert dat duitsers deze norm hebben opgesteld. Binnen deze norm is afgesproken dat ieder toontje een tijdsduur heeft van 70 milliseconde. Een complete 5-tooncode duurt dus 350 milliseconde.
Tussen twee tooncodes in moet (bij ZVEI) ten minste 140 milliseconde zitten.
Enige uitleg behoeft misschien nog de ‘herhaal-toon’. Als het nummer 47221 moet worden uitgezonden, dan wordt feitelijk 472H1 uitgezonden. Decoders maken iedere "H"-toon gelijk aan het cijfer dat vooraf gaat aan de "H". Het eerste cijfer kan dus nooit een "H" zijn en evenmin kunnen er twee "H"-tonen achter elkaar zitten. Het nummer 55555 wordt dus uitgezonden als 5H5H5.
Al deze toontjes vallen binnen het spraakgebied, waardoor ze dus allemaal hoorbaar zijn. Gevolg is ook dat alle toondecoders ook op spraak reageren. De kans dat er evengoed op basis van spraak 5 achtereenvolgende toontjes worden herkend is nagenoeg nihil en zeker als de eerste twee cijfer ook nog eens een voorgeschreven combinatie (de netherkenning) moeten vormen.
We spreken consequent over ‘vijf’-tooncodes. Indien bepaalde toepassingen méér dan vijf cijfers vereisen, dan is dat vaak ook mogelijk. Veel apparatuur is zo flexibel programmeerbaar dat men ook ‘zes’- of zelfs 'zeven'-tooncodes kan inzetten. Zo werkte het in 1996 opgeheven politie-INRAP netwerk weer met ‘vier'-tooncodes.
Hier treft u een scoopbeeld aan van een willekeurige 5-tooncode, zoals die door mij is ontvangen.
klik op de afbeelding om deze 5-tooncode te horen.
We zien hier in de tijd een signaal wat totaal
350 milliseconde duurt en om de 70 milliseconde van frequentie wijzigt. Een
5-tooncode dus. Opmerkelijk is dat de amplitude van de tonen per toon verschilt.
Dit komt door de spraakfilters die in ontvangers worden toegepast. De spraak
loopt grofweg tussen de 300 en 2500 Hz. Tonen die hoger dan 2500 Hz zijn worden
tegengehouden, omdat hier soms nog besturingsinformatie zit. Zo worden onder de
300 Hz tonen gebruikt voor netherkenning (toonsquelch) en boven de 2800 Hz wordt
vaak de toon meegestuurd (2970 Hz) die de zender moet activeren. Die
besturingstonen willen we doorgaans niet horen. Lage tonen ervaren we als
hinderlijke brom en hoge tonen als hinderlijke gefluit/gepiep.
Te zien is dat de herhaaltoon "H" (de hoogst mogelijke toon) al
behoorlijk wordt weggefilterd. Bij ZVEI, maar ook bij andere toonsets, geldt dan
ook dat de hogere cijfers een lagere amplitude hebben en dus zachter klinken.
Tot slot moet gezegd worden dat deze technieken
in het toekomstige digitale tijdperk geheel overbodig zullen worden. Bij
digitale radiocommunicatie, wordt informatie immers in de bitstromen verstuurd
en hoeft niet meer in het hoorbare geluidsspectrum te worden opgenomen.
Auteur: Rolf Pieters